Dada-kunstenaars experimenteerden met beeld, taal en performance. Hun optredens waren vaak luid, chaotisch en vol protest. Ze gebruikten ook gewone voorwerpen en gaven die een nieuwe betekenis. Dit noemden ze ‘readymades’. Bekende voorbeelden zijn het urinoir van Marcel Duchamp en het strijkijzer van Man Ray.
Hoewel dada maar een paar jaar bestond, was de invloed groot. De beweging bracht vernieuwing, vrijheid en soms ook absurditeit in de kunst.