Een vriendschap rondom afval
“Wir denken noch gern an alles in Drachten, es war verschrikkelig moy dort.” Dit opmerkelijke citaat komt van een ansichtkaart van Kurt Schwitters (1887-1948). Daarin schrijft de bekende Duitse dadaïst over zijn tijd in Drachten. Via Theo van Doesburg werd hij geïntroduceerd bij de gebroeders Rinsema en bij de Dadasoiree in 1923 moeten ze elkaar daar voor het eerst getroffen hebben.
Thijs Rinsema was direct gefascineerd door de plaksels die Schwitters al sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog maakte. Merz noemde hij zijn kunstwerken, afgeleid van een tekstfragment dat hij vond op een krantenknipsel van de Kommerzbank dat hij gebruikte voor een collage.
Al snel fietsten Kurt en Thijs naar de Beetsterzwaagster bossen. Daar zochten ze naar papiertjes, treinkaartjes, zakjes, lege sigaretten- en sigarendoosjes. De verzamelde buit ging mee naar huize Rinsema aan de Zuidkade in Drachten. Daar werden de papiertjes op het echtelijk bed uitgestort en gesorteerd om er collages van te maken. Behalve papieren collages ontwierpen Rinsema en Schwitters ook collagedoosjes. De houten doosjes werden beplakt met gekleurde stukjes fineer en vervolgens gepolitoerd. In tegenstelling tot de gewone collages, deden de doosjes het goed in de schoenwinkel van de Rinsema’s. Dat de doosjes ook een gebruiksfunctie hadden, maakte ze tot populaire koopwaar.