Sluiten

Topstukken

Onze collectie vertelt een lokaal verhaal met een sterke verbinding met de internationale avant-garde uit de twintigste eeuw. Maak kennis met onze topstukken en het verhaal erachter.

Absoluut topstuk van onze collectie is het Van Doesburg-Rinsemahuis. Hier komen de ideeën van Theo van Doesburg volledig tot leven.

Van Doesburg ontwierp rond 1920 het kleurgebruik voor zowel binnen als buiten van nieuw te bouwen middenstandswoningen in Drachten. Felle kleuren en strakke vlakken gaven de woningen een uitgesproken karakter. 

Destijds waren deze keuzes zo vernieuwend dat ze veel reacties opriepen. Later verdwenen de kleuren weer onder nieuwe verflagen. Dankzij zorgvuldig onderzoek is de woning aan de Torenstraat 3 opnieuw uitgevoerd volgens het oorspronkelijke ontwerp. 

Wie hier binnenstapt, ervaart hoe kunst en architectuur samenkomen. De ruimtes vormen één geheel, alsof je door een schilderij loopt. Het huis laat zien hoe vooruitstrevend de ideeën van toen waren en hoe ze nog steeds inspireren. 

Image

Een bijzonder werk uit onze collectie is De boogschutter (1921) van Theo van Doesburg.

Toen het werk in 2011 door een particulier te koop werd aangeboden, ontstond twijfel over de echtheid. Er was namelijk al een vergelijkbaar werk in het bezit van het Szépművészeti Múzeum. En Van Doesburg maakte bijna nooit twee keer hetzelfde werk. 

Onderzoek door Museum Dr8888 en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed gaf duidelijkheid. Van Doesburg maakte deze tweede versie, speciaal voor de vrouw van gemeentearchitect C.R. de Boer. Van Doesurg en De Boer werkten samen aan het ontwerp van een nieuwe wijk in Drachten. De boogschutter diende als voorbeeld voor glas-in-loodramen in de Rijkslandbouwwinterschool. Hiermee staat vast dat dit werk echt is en een bijzondere plek heeft binnen het werk van Van Doesburg. 

De stijlkamer van Thijs Rinsema 

Op de bovenverdieping van het museum vind je een reconstructie van de stijlkamer van Thijs en Nel Rinsema. Waar hun huis eerst lijkt op andere woningen uit die tijd, slaat dat om na de aankoop van een beeldje van Alexander Archipenko. De woning ondergaat een complete metamorfose, geïnspireerd door het gedachtegoed van De Stijl.  

Als hij in 1922 een schilderij ‘met zuiver geel’ van Theo van Doesburg koopt, schrijft hij hem dat het ‘in goed gezelschap komt’. Dat goede gezelschap zijn de primaire kleuren die hij heeft toegepast. Zelfs het winkeltje naast zijn werkkamer doet mee. Thijs heeft de smaak te pakken en ontwerpt tot slot nog een serie Stijl-meubels voor zijn kamer. Zo ontstaat een totaalontwerp waarin kunst en dagelijks leven samenvallen. 

Image
Image
Image

Een vriendschap rondom afval

“Wir denken noch gern an alles in Drachten, es war verschrikkelig moy dort.” Dit opmerkelijke citaat komt van een ansichtkaart van Kurt Schwitters (1887-1948). Daarin schrijft de bekende Duitse dadaïst over zijn tijd in Drachten. Via Theo van Doesburg werd hij geïntroduceerd bij de gebroeders Rinsema en bij de Dadasoiree in 1923 moeten ze elkaar daar voor het eerst getroffen hebben. 

Thijs Rinsema was direct gefascineerd door de plaksels die Schwitters al sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog maakte. Merz noemde hij zijn kunstwerken, afgeleid van een tekstfragment dat hij vond op een krantenknipsel van de Kommerzbank dat hij gebruikte voor een collage. 

Al snel fietsten Kurt en Thijs naar de Beetsterzwaagster bossen. Daar zochten ze naar papiertjes, treinkaartjes, zakjes, lege sigaretten- en sigarendoosjes. De verzamelde buit ging mee naar huize Rinsema aan de Zuidkade in Drachten. Daar werden de papiertjes op het echtelijk bed uitgestort en gesorteerd om er collages van te maken. Behalve papieren collages ontwierpen Rinsema en Schwitters ook collagedoosjes. De houten doosjes werden beplakt met gekleurde stukjes fineer en vervolgens gepolitoerd. In tegenstelling tot de gewone collages, deden de doosjes het goed in de schoenwinkel van de Rinsema’s. Dat de doosjes ook een gebruiksfunctie hadden, maakte ze tot populaire koopwaar. 

Image